woensdag 16 oktober 2013

Knolselderpuree met grove kotelet & wit-bier champignonsausje

In Egyptische graven van 1100 voor Christus werden er al resten van (blad)selderij gevonden. Tweehonderd jaar later maakte Homerus melding van de geneeskrachtige werking van de plant. Van een onderscheid tussen blad- en knolselder is voor het eerst sprake in 1543. Tot in de 18e eeuw was selder vooral een geneeskruid. Pas daarna werd de plant als volwaardige groente aanvaard en gebruikt. Knolselder wordt in de volle grond geteeld. 
Voor zover de historie.

Het snijden van een (grote) knolselder doe je best eerst met een gekarteld mes zoals een broodmes, zodat je een vlak krijgt en je het verder kan snijden zoals je wil. "Peler à vif", min of meer zoals je een sinaasappel zou schillen.

Nodig (voor vier personen)


1/2 knolselder
3 grote aardappelen (loskokend)  
1 eieren 
scheutje melk
selderijzout 
nootmuskaat


Optioneel 
room 
look (geplet)
Gruyère
peterselie 


Bereiding

Klassiek volgens Jeroen Meus
Schil de aardappelen, snij ze in grote stukken en kook ze gaar in water. Schil intussen de knolselder en snij de groente in dikke stukken, vergelijkbaar met de grootte van de stukken aardappel. Doe de knolselder bij de borrelende aardappelen en kook ze mee. Giet de aardappelen met knolselder af.Doe het ei bij de aardappelen met selder. Stamp de groenten fijn met de pureestamper. Voeg een flinke klont boter toe en een scheutje melk. Stamp verder tot de boter is weggesmolten. Kruid de puree met een snuif selderijzout en vers geraspte nootmuskaat.

Optioneel volgens Photo-Copy-Ann.
Snij de aardappelen en knolselder in even grote blokken en doe in een kookpot. Zet onder in gezouten water en laat 20-25 minuutjes koken tot ze zacht zijn. Zet ondertussen een steelpannetje op het vuur en warm de room op samen met de geplette look. Breng zeker niet aan de kook, het moet gewoon warm zijn. Haal de look uit de room. Giet de aardappelen af (vang wat van het kookvocht op), stamp de aardappelen en knolselder tot een puree. Roer er de room onder. Als de puree nog te droog is, mag er wat van het kookvocht bij. Roer er de gruyère onder en kruid eventueel bij met peper, zout en muskaatnoot. Besprenkel met wat peterselie.

Kan eventueel (zonder de peterselie dan) ook even gegratineerd worden. Ik serveerde er een grove kotelet bij (eerst wat gemarineerd en daarna op de grill)  en een sausje met bier gebaseerd op dat van Jeroen en champignons "Cuit a Blanc". Presentatie laat de wensen over, maar sausje en puree overheerlijk.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen